Geweerschutters bij het Sint Dionysiusgilde schieten met enkelschots flobert .22 geweren op de metalen buis waarop een metalen dop, de zogenaamde wip, ligt. De metalen buis en klep zijn bevestigd in een kogelvanger zodat het lood van de kogel wordt opgevangen. De metalen dop kan in afmetingen variëren waardoor deze meer of minder over de metalen buis heen steekt. De kunst van het geweerschieten zit in het afschatten van de afstand op de buis waar de kogel de buis moet raken om de dop van de buis te schieten. De dop is bevestigd aan een touw, door aan het touw te trekken valt de dop weer op de metalen buis en kan het volgende schot gelost worden. De metalen buis en dop bevinden zich op 17 meter hoogte en het geweer ligt op een oplegpaal op een afstand van 6 meter van de schietboom. In de volksmond wordt deze discipline Brabants wipschieten genoemd welke door veel schuttersgilden in Noord-Limburg en Brabant wordt beoefend. Het Brabants wipschieten moet niet verward worden met het Limburgs böllekes schieten dat door de Limburgse schutterijen met een veel zwaardere schuttersbuks wordt beoefend.
Maak jouw eigen website met JouwWeb